Onmogelijk

Onmogelijk om niet te schrijven over iets waar ik het liefst over schrijf. Onmogelijk om niet te schrijven terwijl mijn hoofd vol zit met verhalen. Onmogelijk om gebeurtenissen niet te willen delen, omdat ze te leuk zijn om voor mijzelf te houden. Onmogelijk om niet te bloggen, dus moest ik wel weer beginnen.

Brandweer

Met loeiende sirenes komt een brandweerauto door de straat heen rijden. Puk vindt die herrie helemaal niet leuk, maar ze zwaait toch. Als de brandweerauto voorbij is zegt ze boos, maar vooral verdrietig: Ik wil geen brandweerman worden.
Ik vraag of ze het teveel lawaai vindt, dan zegt ze ( nog steeds boos en verdrietig): Nee, hij zwaaide niet eens!

Prikactie

JJ zei dat ze een afspraak wil bij de huisarts. Ze heeft pijn in haar knieën, schouders, polsen en nu ook aan haar linker heup. De volgende morgen had ik gelijk gebeld en na het weekeinde kon ze komen. Dat was vanmorgen. Eerst samen afspraken gemaakt, wie voert het woord, wel of geen bloedprikken, en de broek zal deze keer uitmoeten. Omdat we al heel vroeg aan de beurt zijn, hoeven we niet lang te wachten.

JJ die het woord zou doen, laat het aan mij over. De huisarts zegt dat ze haar schoenen, broek en truitje uit moet doen en dan gaat het een beetje mis. Schoenen en broek, dat was afgesproken. Het truitje blijft aan.

Na het onderzoek wil de huisarts toch wel bloed laten prikken om dingen uit te sluiten en omdat JJ eigenlijk ook wel wil weten of ze de 1q21.1 microduplicatie heeft, vraag ik of dat ook meegenomen kan worden. Scheelt een keer prikken. De huisarts moet dan wel even op onderzoek uit en na een klein kwartiertje krijgen we de papieren mee en moeten we bloed laten prikken in het ziekenhuis waar ook Puk en Roger onderzocht zijn. Dan vraag ik om verdoving crème, want zonder gaat er echt niets gebeuren. Hij kijkt of hij nog wat heeft, maar dan typt hij toch een receptje uit.

Bij de apotheek gaan ze kijken welke JJ nodig heeft, want er blijken verschillende soorten te zijn. Ik vraag om de sterkste :-). Ik krijg een kleine tube mee en een paar pleisters. En voor JJ koop ik, omdat ze het zo lief vraagt, een Kika minibeer. Thuis smeer ik de binnenkant van haar elleboog in en plak er een plakker op. Dan stappen we in de auto en rijden we naar het ziekenhuis. Het is maandagochtend en dus ontzettend druk, maar omdat JJ er nu is, en dat ze crème op heeft, wil ik niet weer terugkomen. We wachten wel. Bij de balie moet de verpleegkundige uitzoeken wat er nodig is voor de chromosomenonderzoek. De wachtkamer is bijna leeg als ze dat voor elkaar heeft gekregen. JJ wordt wat nerveus als haar nummer van het scherm afgehaald wordt, maar de verpleegkundige zegt dat ze er weer tussen gezet is.

In het kamertje doet ze haar jas uit en stroopt ze haar mouw op. Ze drukt gelijk op de verdoofde plek, dan begint de paniekaanval.... ze voelt dat ze het aanraakt. De verpleegkundige die haar moet prikken is geduldig en neemt duidelijk de tijd. Ze zegt dat ze nog helemaal niets doet en dat JJ zich nog niet druk hoeft te maken. Ze legt stap voor stap uit wat er gaat gebeuren en verzekert JJ dat ze er niets van zal voelen. Dan ziet JJ de naald en vraagt hoe ver de naald er in gaat. De verpleegkundige zegt dat alleen het puntje er in gaat. Opnieuw paniek... hoe groot is dat puntje op zo'n lange naald? JJ kijkt naar mij: "Als het zeer doet, ga ik je slaan," zegt ze luid tegen mij. "Dat mag," antwoord ik.  Ondertussen wordt de crème eraf gehaald en de verpleegkundige zegt: "Als ik een puntje zeg, dan bedoel ik een puntje. Dit dus." De naald zit er in en er is een duidelijke opluchting bij JJ. Ze voelt er niets van. Met een gaasje en drie grote stukken tape (want er mag natuurlijk geen stukje gaas los gaan zitten) verlaat ze de prikcabine. Ze baalt dat ik haar toch nog naar school brengt, maar de opluchting is groter. Nu is het afwachten op de uitslagen. Wat een kanjer is ze toch.

Welke hij en zij?

Roger en Puk eten samen pannenkoeken. Roger wacht netjes tot Puk haar pannenkoek op heeft. Ik zeg tegen hem: "Je hoeft niet te wachten tot Puk klaar is, jij eet er meer dan zij." Waarop Puk reageert: "Hij (wijst naar Roger) zij (wijst naar zichzelf)." Ik vraag: "Wat ben ik dan?" En zij antwoordt "Zij."

Wauw, denk ik even en ik vraag haar: "Wat ìs dan een zij?" En ze wijst met haar vinger naar zichzelf in haar zij. "Dat is een zij," zegt ze.
Dan vraag ik: "Wat is een hij dan?"

En ze antwoordt (logisch natuurlijk): "Dat is een dier in het water."

Groter worden...

Puk vraagt of ze met haar fiets rondjes om het huis mag fietsen. Het lukt haar sinds kort om op een fiets met zijwieltjes te fietsen en is natuurlijk apetrots. Normaal loopt er iemand met haar mee, maar vanmiddag was ze alleen thuis. Ik zie buiten peuters spelen op de stoep, kinderen die al op de weg fietsen die veel jonger zijn dan Puk dus ik zeg dat ze mag gaan. Ze moet op de stoep blijven en ze moet van mij even zwaaien als ze voor het huis en achter het huis langs fiets. En daar gaat ze. Voor het huis stopt ze met fietsen en zwaait, dan fietst ze verder.

Na een paar rondjes duurt het even voor ik haar weer zie.. ik krijg de kriebels al, maar dan komt ze van de andere kant. Ze zwaait en keert verderop weer. Dan zie ik twee jongens (van een jaar of tien) langsfietsen en iets zegt mij dat ik Puk in de gaten moet houden. Voor ik bij het raam ben, hoor ik haar huilend de tuin in fietsen, overstuur doet ze de schutting op slot en rent naar binnen. Ze roept iets over de politie en ik twijfel of ik de jongens moet vragen wat er is gebeurd, of gelijk naar Puk moet. Ik kijk of ik de jongens zie, maar die zijn verdwenen, dan ga ik naar Puk. Met hotten en stoten vertelt ze dat de jongens de politie gaan bellen omdat ze op de stoep fietste. Ik kan honderd keer vertellen dat die jongens het niet doen, dat het een grapje was, dat ze haar een beetje plaagden, maar het werkt niet.

Een half uur lang houdt ze de voordeur in de gaten en ik ben blij dat er geen politiewagen toevallig langs rijdt. Dan neem ik haar op schoot en ze is zo moe dat ze tegen mij aan komt liggen. Ze snikt, ze gaapt en dan is ze bijna vertrokken... ze mompelt nog heel even dat ik gelijk had en er geen politie komt.

Later als ik groot ben...

Terwijl Roger en JJ nog geen idee hebben wat voor beroep ze later willen uitoefenen, weet Puk het wel. Ze zit achterin de auto als we langs een bouwplaats rijden.

Als ik later groot ben wil ik bouwvakker worden... met een helm en een echte zaag. Dat lijkt mij cool. 

Wanneer we de straat uit zijn zegt ze:

Nee, ik wil taxichauffeur worden, dan haal ik al mijn vriendjes en vriendinnetjes op.

Ik zeg dat ze het allebei kan doen en dat vindt ze helemaal cool.
Een paar kilometer verder zegt ze:

Ik wil mamma worden... (stilte) ... en pappa en broer en zus 

Weer een paar kilometer verder weet ze het echt:

Ik word superheld... dan ga ik vliegen.. ja dat is echt cool   en dan is het stil.

In tegenstelling tot haar broer en zus heeft ze nog alle tijd om te beslissen. Keuze genoeg.  En een superheld? ... dat is ze allang.

Geloei

Puk: Koeien zijn vieze dieren, ze hebben vlekken!

Papierprikker of zwerver...

Ik heb altijd tegen mijn kinderen gezegd dat ze kunnen worden wat ze willen. Gelukkig begrijpen ze best dat niet alles mogelijk is, al moest ik Roger toch wel overtuigen dat het geen chirurg zou worden. Roger weet niet wat hij later worden wil. Alle ideeën die wij hebben leken hem even interessant maar daarna niet meer. Hij kan goed tekenen, hij heeft humor, kan leuke slagzinnen verzinnen maar grafisch/reclame tekenaar ziet hij niet zitten. Hij houdt van onderzoeken, wil alles weten over de mens, maar laborant... nee dat is weer niets. In een museum werken, op het archief of in een bibliotheek is helemaal niet wat hij wil. Dan is er een open dag bij een hoge school en komt hij enthousiast thuis. Hij weet wat hij worden wil, zijn ogen stralen en als het aan hem ligt begint hij gelijk. Docent Duits. Volgens de docent op die school zou zijn spraakstoornis geen probleem zijn.

Ik zie hem niet voor een klas staan met leerlingen (veel te veel prikkels). Roger zelf is "licht ontvlambaar" dus heb ik mijn twijfels. Ik zeg tegen hem: "Goh, wat leuk, Duits vind je een heel leuk vak." Roger knikt en zegt dat hij eindelijk weet waar hij zijn examens voor doet. In de zevende hemel is hij. Gelukkig hebben we nog anderhalf jaar dus laat ik hem voorlopig in die hemel zitten.

Gisteren was er een OPP (ontwikkelingsperspektiefplan) gesprek met zijn mentor op school. We kwamen tijdens het gesprek op de TOS van Roger. De mentor gaf aan dat TOS toch echt wel een belemmering is voor een docent Duits. Roger zuchtte en zei dat hij dan maar papierprikker moest worden. De mentor zei gelijk dat Roger geen HAVO deed om papierprikker te worden. Er is tijd genoeg om iets anders te vinden.

Onderweg naar huis zei ik tegen Roger dat ik hem wel zie achter een balie in een hotelletje... netjes in een pak (vindt hij geweldig), Duitse gasten begroeten (nog beter) en toch geen intensief contact met de gasten. (Dan komt Fawlty Towers nog even langs... en kap ik het gesprek af). Thuis kijk ik achter mijn PC welke opleidingen mogelijk zijn en welk profiel erbij hoort. Roger heeft geen interesse, zijn mobieltje is veel interessanter.

Vanmorgen (hij was al laat beneden) zag hij dat de PC aanstond. Gelijk gaat hij er achter zitten. Ik zeg dat hij eerst moet ontbijten en de hond moet uitlaten. Half in paniek antwoordt hij dat het om zijn toekomst gaat... zijn hele toekomst hangt er van af.. of moet hij soms in de goot gaan slapen.

Ik ga meedoen met die drama en zeg dat ik een slaapzak heb liggen en dat hij mag oefenen.. maar wel dat hij eerst moet ontbijten en de hond moet uitlaten. We hebben nog een jaar voor hij in moet schrijven voor een school. Misschien dat de toneelschool iets is voor hem????? :-)